Rapport dagelijks werk
In een cijfer op 20 (50 voor de B-klas) krijg je een waardering voor je prestaties in de klas: oefeningen, opdrachten, taken en toetsen.
In elke vakgroep kunnen de leerkrachten vrij de norm bepalen, maar zo dat het gemiddelde 10 op 20 (25 op 50 voor de B-klas) is voor elke periode.
Je bent geslaagd voor een vak als je 10 op 20 haalt (25 op 50 voor de B-klas).
Groot rapport
Drie- of viermaal per jaar - oktober, december, maart/april, juni - worden je resultaten van de grote toetsen (GT) en het dagelijks werk (DW) samengebracht. De grote toetsen staan op 80 punten (50 voor de B-klas), het dagelijks werk op 20 (50 voor de B-klas).
Het cijfer op 100 geeft een totaalbeeld van een periode. Je bent geslaagd voor een vak, als je voor elke periode de helft behaalt. Er wordt geen jaartotaal opgemaakt. Voor iedere periode vind je ook de spreiding van de resultaten van je klasgenoten. Deze klasspreiding laat je toe een zicht te krijgen op je plaats binnen de klasgroep.
Gespreide beoordeling * Sommige vakken rapporteren pas vanaf december |